Per 1 januari 2020 zal de Wet Arbeid in Balans in werking treden. De wet kent als uitgangpunt “minder flex en meer vast”, maar het valt te bezien of dit uitgangspunt ook bewaarheid gaat worden.

In een aantal blogs zal ik de wijzigingen op een rij zetten. In deze blog behandel ik

Deel 1: De ketenregeling

De huidige regeling houdt in dat een werkgever in twee jaar tijd, maximaal drie opeenvolgende contracten mag aanbieden met een tussenpoos van 6 maanden of minder. Dan ontstaat er geen vast contract. Biedt de werkgever een vierde contract aan dan ontstaat daarmee wél een vast contract.

Wat gaat vanaf 1 januari 2020 veranderen?

  1. verlenging van de maximumtermijn van een keten van tijdelijke contracten van twee jaar naar drie jaar;
  2. introductie van de mogelijkheid om bij cao de tussenpoos te verkorten naar drie maanden als het terugkerend tijdelijk werk betreft; en
  3. een uitzondering van de ketenbepaling voor invalkrachten in het basisonderwijs en speciaal onderwijs bij vervanging wegens ziekte.

Deze nieuwe regel geldt direct vanaf 1 januari 2020:

Tenzij de CAO een gunstiger regeling heeft, geldt de regeling ook voor een reeks die vóór 1 januari 2020 is gestart.

Een aantal voorbeelden

Derde contract overschrijdt 2 jaars termijn

  • Eerste arbeidsovereenkomst voor 6 maanden van 1 april 2018 tot 1 oktober 2018.
  • Tweede arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019.
  • Derde arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020.

Door de inwerkingtreding van de nieuwe regeling op 1 januari 2020 ontstaat in dit geval nog geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Onder de huidige regels zou op 1 april 2020 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan omdat de tweejaarstermijn wordt overschreden. Omdat de nieuwe regels op 1 januari 2020 in werking treden, mag de keten 3 jaar duren en ontstaat op 1 april 2020 dus geen vast contract.

Derde contract op/na 1 januari 2020

  • Eerste arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018.
  • Tweede arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

Aan deze werknemer mag derde tijdelijk contract van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 worden aangeboden. Op 1 januari 2020 geldt immers dat drie contracten in drie jaar mogen worden aangeboden.

Tweede contract overschrijdt 2 jaars termijn

  • Eerste arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019.
  • Tweede arbeidsovereenkomst voor 18 maanden van 1 oktober 2019 tot 1 april 2021.

Er ontstaat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De nieuwe regels per 1 januari 2020 gelden. De overschrijding van de tweejaarstermijn gebeurt na 1 januari 2020 en de wet heeft directe werking.

Overschrijding voor 1 januari 2020

  • Eerste arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 1 oktober 2017 tot 1 oktober 2018.
  • Tweede arbeidsovereenkomst voor 14 maanden van 1 oktober 2018 tot 1 december 2019.

In dit geval wordt op 1 oktober 2019 de tweejaarstermijn overschreden. Dan gelden de huidige regels nog en ontstaat dus een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Derde contract voor 1 januari 2020

  • Eerste arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 30 december 2017 tot en met 30 december 2018.
  • Tweede arbeidsovereenkomst voor 12 maanden van 30 december 2018 tot en met 30 december 2019.

Als de werkgever de werknemer een volgend tijdelijk contract met ingang van 30 december 2019 aanbiedt, dan ontstaat op 31 december 2019 een vast contract.

Want: de tweejaarstermijn immers overschreden en op dat moment gelden de huidige regels nog.

Deze werkgever kan de werknemer wel een volgend tijdelijk contract per 1 januari 2020 aanbieden; dan gelden immers de nieuwe regels.

TIP:

Breng alle tijdelijke contracten in kaart en teken deze uit in tijdslijnen. Zo kun je op basis van bovenstaande regels vrij eenvoudig zien wanneer je in actie moet komen en welke actie je moet ondernemen.

Hulp nodig: bel of mail mij even.

Call Now Button

Pin It on Pinterest

Share This